dinsdag 31 juli 2012

my big fat gypsy wedding


Het is prachtig weer buiten. Alles in mij schreeuwt om een terrasje. Of eigenlijk om appeltaart met een reusachtige klodder slagroom, maar dat is een andere column.

Na even drammen heb ik mijn man in de auto gewerkt. Onder een mild zonnetje ploffen we later in een rotan stoeltje voor café De Waag in Doesburg. De taart wordt besteld. We genieten van  de winkelende mensen. Voorover gebukt om mijn lief een kus op het voorhoofd te drukken, gaat tegenover het terras een kerkdeur open.
“Er komt zo een bruidspaar,” klinkt het onder mijn kin. Vol bewondering kijk ik naar beneden. Mijn man weet alles. Hij ziet me staren en knikt naar een grijze Mercedes met een joekel van een bloemstuk op de motorkap. Het is een brikkie, type pooierbak.

Uit de kerk stapt een meisje. Ze heeft een ieniemienie rokje aan (nog korter dan mijn Hello-Kitty-slaapshirt) en vuurrood haar tot op haar heupen. Haar linnen topje stopt net onder de behasluiting. Onder deze creatie draagt ze torenhoge hakken met kurkzolen. Het publiek op het terras valt stil. Achter het meisje roetsjt een jongeman naar buiten. Zijn rits oorbellen glinstert in de zon. Behendig rijdt hij de Mercedes voor de antieke kerkentree.
Om me heen wordt druk besteld. Met een beetje geluk staat de verse koffie op tafel voor de klokken luiden. Op straat stappen fietsers af. Een oma waggelt met haar kleinkinderen over de keitjes richting trouwauto.

De houten deuren gaan nu wijd open en een troepje mensen, net zo florissant gekleed, haast zich om zeepbellen te blazen richting hoofdingang. Daar komen de feestvarkens. Ik zit op het puntje van mijn stoel. Achter me roert een dame al minutenlang in haar theeglas. Er wordt stevig in mijn hand geknepen. “Oh my god,” zegt mijn man. Ik hoor zijn woorden in stereo om me heen.
Felrode flamencoschoenen stappen over de keitjes. De bruid is Benidorm-bruin en heeft het pikzwarte haar dat je alleen kunt maken met pakjes haarverf van de Lidl. Lijzige, strenge haarstukken komen tot haar heupen. Om haar taille wappert een rood lint, maar de strakke strik kan haar taille niet redden. De synthetische jurk is aan de voorkant zo kort, dat je het kant van het witte wielrenbroekje eronder kunt zien. Achter trekt een sleep krullend over de kasseitjes. Oorbeljongen rent naar de bruid. Hij steekt een sigaretje voor haar aan, dat ze tussen haar lippen klemt. Stevig inhalerend kust de bruid nu haar gasten; het stokje afwisselend tussen gelnagels en lippen. Twee kinderen met groene haarstekels trekken zich omhoog aan een gietijzeren klopper die in de kerkmuur verankerd is. Met hun gymschoenen beklimmen ze de stenen. Een jongen met eenzelfde corsage als het trouwboeket op zijn pak staat aan de overkant van de weg te ginnegappen met wat knullen. Hij staat met zijn rug naar de kerk en zuigt stevig aan een peuk.

“My big fat gypsy wedding,” fluistert mijn man, doelend op het televisieprogramma dat zo clownesk hilarisch is, dat ik tot op vandaag dacht dat het in scene is gezet. Alle gesprekken om ons heen zijn verstomd. Achter me draait het theelepeltje nog steeds rondjes in het glas. Het massaal toegestroomde publiek verroert zich niet. Niemand klapt.
Dan maakt een van de mannen zich los van het bonte gezelschap en stampt naar ons terras. Het is muisstil. Snel schuif ik een hapje taart naar binnen. Rommel doelloos wat in mijn handtas en leg mijn vestje op de stoel naast me. De man loopt weer terug, in zijn handen een dienblad met fluitjes pils. Hij trakteert eerst de bruid en bruidegom die proostend het halve glas met een enkele ferme slok naar binnen klokken. Ik hoor een harde boer. Midden op straat ontstaat een klein bacchanaal. Builen shag verschijnen, het bier vindt gretig aftrek en het enige lawaai in de wijde omgeving is het luide gelach wanneer een bruidsmeisje merkt dat haar jurkje doorschijnt in het zonlicht. Haar brede billen zijn gehuld in een zebravel.

“Aso’s,” lispelt de dame van het krassende theelepeltje achter me. Ze staat op. Snel schuift ze de kleine plastic kuipjes roomboter in haar handtas. Dan grist ze nog vier suikerzakjes mee.
“Kampvolk,” murmelt haar man. Hij wacht tot de serveerster hem zijn vijftien eurocent wisselgeld teruggeeft.

“Het zal je dochter zijn.” Hij krijgt support van het echtpaar naast hen. De vrouw schuift haar dure zonnebril in het haar en knikt naar het groepje feestvierders. Haar hondje plast tegen de tafelpoot.
Een flinke tros blikken achter de auto ratelt ons allemaal overeind. Het kersverse echtpaar wordt joelend uitgezwaaid. De gasten dansen stampend rond de optrekkende auto.

Een van de jongens, met een meer dan royale tatoeage in zijn hals, wandelt behoedzaam richting café. In zijn armen balanceert hij een dienblad met daarop alle geleende bierglazen. Omgespoeld en keurig op een rijtje.

dinsdag 24 juli 2012

tour de femme


Nu de wielerkaravaan weer ingepakt en in lange slierten is vertrokken om op te laden voor de zomerkoersen in Bullemerbroeck en Valssemeer, wordt het eindelijk weer rustig in huis.

Als echte vrouw verwonder ik me ieder jaar opnieuw over de tijdens de Tour plotseling opduikende groepjes hobbyfietsers. Mannen (het zijn altijd mannen) met robuuste Hollandse lijven, geperst in superstrakke pakjes en woest laverend tussen de senioren met Spartamet. Je vindt ze vaak op de verlaten wegen, de dijkweggetjes of zomaar ineens naast je op het pontje, in hun fluoriserende reclame-nylon, en een been al in de ankers om flink af te trappen als de boom omhoog gaat. Hun "zakie" prominent en zonder schande bobbelig opgefrot in het blauwe zeemleer.

Op de televisie maakt het vaste zendschema begin juli plaats voor praatprogramma’s vol ijdele tourgroupies, handjesschuddende sponsors en uitgekakte renners die in de winter bijklussen als ijsdanser of gastspreker in huize Avondlicht.

De gezellige Hollandse huisman verruilt zijn lollige barbecueschort voor de afstandbediening. Ook mijn man, wiens new best friend ineens Mart Smeets is, en die alle tourgeheimen kent. Met in zijn hand een biertje brult hij vanaf de bank onbegrijpelijke termen als "aan de boom schudden", "snot voor de ogen rijden" en "wegkletsen". Onvermoeibaar moedigt hij urenlang het tv-scherm aan. Voor, tijdens en vooral na iedere etappe wordt teletekst uitgepluisd. Mijn dagen zijn deze weken gevuld met alles wat ik kan doen zonder voor de bank te lopen en lieftallig zwijgen. Ik wacht zelfs volgens instructie met het bereiden van de avonddis tot na half zes, onderwijl zuchtend en puffend bij het horen van al deze terminologie.

In deze wereld van geheimtaal duurt het jaren voor wij vrouwen deelgenoot worden van het mysterie van de beenolie. Nooit vertelt ook maar één bankfietser mij details ik nou interessant vind, zoals een antwoord op de vraag of er een douche in de tourbus zit of dat volle blazen worden geleegd in pauzetijd of in Dixies langs het parcours. Nee, pas later, veel later, wanneer een camera net iets te laat wegdraait, komt hare sulligheid achter het grote geheim van de leeglopende ventieltjes.

De Tour. Na drie weken volledig ondermijnde routine en afgedwongen privileges heb ik het dapper voldragen. De laatste interviews druppelen nog na in de kranten. Mijn vriendinnen en ik halen opgelucht adem. Ik heb mijn man weer terug, althans, dit jaar tot de aftrap van de Olympische Spelen. Ik ben gelukkig voor bijna 50 weken verlost van de bolletjestrui, de gele trui, de witte trui, de aanvallende punten en de leiders en de knechten. Het is tijd voor de gewone wereld. Waar een colletje nog gewoon een truitje is, een gevallen gat gewoon met de naaimachine gedicht kan worden en je bij "geparkeerd staan" alleen nog hoeft te denken aan je blauwe schijf.

woensdag 18 juli 2012

oma heeft altijd gelijk

Het is woensdagochtend en ik sta op het station tussen een kluitje wachtende mensen. Omdat ik onderweg ben naar een lunchafspraak knort mijn maag ontevreden. Het gerommel wordt zo hard dat ik discreet een stapje naar achteren zet.

Schuin voor me staat een oude dame naast een leuke griet. Het meisje schat ik een jaar of 20 en is snoezig om te zien. Haar blonde haar krult over het schouderbandje van het kleurige zomerjurkje. Om haar taille heeft ze een vestje geknoopt; een plastic pinguïn bungelt aan haar handtas. Ze straalt.

De vrouw naast haar straalt allerminst. Haar lippen zijn in een streep getrokken; het grijze haar streng opgestoken. De blozende wangen zijn verraderlijk. Ze kijkt ontevreden om zich heen, leunend op een wandelstok.

"Mijn leesbril", bitst de oude dame. Haar buik drilt onder het grijze vestje als ze praat. Het meisje veert op en beweegt haar lippen. Raakt dan de hand van de bejaarde vrouw aan. Ze heeft een vrolijke stem als ze de brillenkoker afgeeft. Oma luistert half, met haar hoofd afgewend tikt ze ongeduldig met haar wandelstok op het beton. Het meisje is nog steeds aan het woord wanneer oma met die stok naar een donkere man wijst. Zonder iets te zeggen tilt ze haar kin ietsje omhoog. Dan legt ze bijna onmerkbaar haar hand over haar handtas. Het meisje kijkt eerst naar de man en dan naar mij. Ze sluit beide ogen in een fractie van een seconde. Ik glimlach naar haar.

In de paar seconden dat wij oogcontact maken, klikklakt de oude dame twee keer dwingend met haar stok op de grond. Onderaan het hout zit een rubberen dop. "Niet overstappen," zegt ze. De blonde krullen dansen als het hoofd van het meisje op en neer gaat. "Jawel oma, één keertje."

Op precies het moment dat de streepmond weer open gaat, raakt de bruine stok het perron. "Nee," klinkt het synchroon met de rubberen tok. Voorover gebogen frummelt het meisje nu in haar tas. Ze heeft hem op de grond gezet en de pinguïn verschuilt zich veilig achter de flap.

De grijze dame snift uit de hoogte richting twee wannabee rappers van een jaar of 17 en draait dan haar rug naar zowel het meisje als mij."Niet overstappen. Hoeft niet. " Statig trekt ze haar vestje recht.

Ik zie het meisje aandachtig tikken op haar mobiele telefoon. "Nee oma", klinkt het geduldig. Ze scrollt over het schermpje. "Hier staat: overstappen in Amersfoort. We moeten dus één keertje wisselen".

Oma draait zich zuchtend om, wijst dan met haar stok naar het mobieltje. "Nee. Jij zit fout. Ik heb het afgelopen dinsdag nog gevraagd bij het loket. Niet overstappen".

Bij de overweg klinkt getingel. Vanaf nu kan ik geen van beiden meer horen. Het meisje komt omhoog, het opgekropen jurkje weer terug over haar knie trekkend. Dan sluit ze haar tas om de achtervolging op oma in te zetten. De spoorbomen waaieren mechanisch naar beneden. Ik versnel mijn pas, stap in het volgende treinstel en verlang als nooit tevoren naar een uitsmijter of stokbroodje. Als de trein vaart maakt, snap ik ineens precies hoe het komt dat de NS soms spontaan vermiste dames terugvindt in Sittard of Sneek.

maandag 9 juli 2012

boerkabeuken


Deze week een berichtje in de krant in een piepklein kadertje op pagina zeven. Twee homo’s zijn op klaarlichte dag in elkaar gemept in een grote stad. De schade: scheldwoorden die pijn doen aan je oren, bloedneus en een kapot getrapte bril. De daders waren in dit geval een paar Marokkaanse jongens die het nodig vonden om zich lekker uit te leven. Zo maar. Omdat homofielen zich niet conformeren aan de standaard van onze Marokkaanse vriendjes.

Respect is echter tweerichtingsverkeer. Laten we het daarom eens omdraaien.

Deze week een berichtje in de krant. Twee vrouwen in boerka’s zijn op klaarlichte dag in elkaar gemept in een grote stad. De schade: scheldwoorden die pijn doen aan je oren, bloedneus en een kapot getrapte bril. De daders waren in dit geval een paar Brabantse jongens die het nodig vonden om zich lekker uit te leven. Zo maar. Omdat moslima’s zich niet conformeren aan de standaard van onze Brabantse vriendjes.

Ik vraag me serieus af of deze laatste matpartij net als het eerste berichtje ook in een minikolommetje op pagina zeven zou staan. Ik voorspel dat de krantenkoppen net zo loeivet en in formaat spandoek zijn, als op de (fictieve) dag dat Nederland Wereldkampioen voetbal wordt. "Generatie Boerkabeukers opgestaan" schreeuwen ze dan. Matthijs van NIeuwkerk hangt al aan de lijn met de op dat moment hipste knuffelmarokkaan voor een lekkere rel en geile kijkcijfers.

Ik voorspel verhitte discussies over het al dan niet deporteren van Brabanders. Bij een "meldpunt Brabo’s" kun je aangeven of je je ooit bedreigd voelde door deze zuiderlingen. Aangevoerd door een fulminerende Imam trekken hordes BMW’s en Golfjes TDI met spuitende knalpijpen door Oeteldonk, Lampegat en Kruikenstad om verhaal te halen. Ruiten worden ingegooid, graven beklad. Zelfs nu er halalvlees in de supermarkt in Maaskantje ligt, wordt er nog een extra aanpassing van ons verwacht. Boerkabeuken mag niet: potenrammen is niet zo heul erg.

De regering "baart zich zorgen". Doctorandussen en professoren maken proefschriften in opdracht en de conclusies over zinloos geweld zijn zo schokkend dat Den Haag stelt dat er "actie moet komen." Sinds wanneer is onze ruggengraat zo verweekt dat de regering een oplossing moet verzinnen?

De gemeenten Utrecht en Den Haag laat geplaagde homo’s liever verhuizen dan dat zij de agressoren aanpakt. Magda Berndsen van D66 vond de hele hausse over homopesten zelfs wat overdreven. Vorige week werd voor me in het Kruidvat de Nederlandse caissière door een pukkelende autochtone puber uitgescholden voor "kuthoer". Ik sidderde wat er gebeuren zou als ik dat tegen zijn moeder had gezegd. Maar niemand zei iets.

De vloedgolf van verontwaardiging over de neergestoken Kerwin Duinmeijer weet iedereen zich nog precies te herinneren. Daniel van Cothem, Joes Kloppenburg, Jan Kievit, René Steegmans en Meindert Tjoelker zijn echter vage namen uit een veel minder ver verleden. Een standbeeld in het Vondelpark voor Kerwin, voor de andere slachtoffers maken we ons niet drukker dan het opspelden van een lieveheerstbeestje-badge of een stille tocht. Geweld op straat is gemeengoed geworden,zwangere vrouwen worden in elkaar getrapt, bemiddelaars in ruzies doodgeslagen en supporters op het voetbalveld worden doodgetrapt. We zuchten erom.

Met de mond vol van multiculti verdraagzaamheid, schuifelen we zwijgend en vooral zonder opvallen verder als een sliert mieren met 1 opvallend blonde mier ertussen. Die mier moet eruit, dan is de sliert weer uniform. Het wachten is op de eerstvolgende krantenkop.

dinsdag 3 juli 2012

allemaal opstickeren!

De dag dat ik in mijn huis trok, nu al weer jaren geleden, zag ik op de brievenbus een sticker. ‘Nee-Nee’ stond erop: geen ongeadresseerde reclame en ook geen plaatselijke sufferdjes. Gedachteloos probeerde ik bij het pimpen en poetsen van mijn nieuwe kasteeltje de plakrand los te peuteren, maar het ging zo moeizaam dat ik het tot nader order uitstelde.

Eerst was het nog even lastig. Verfblikken stonden braaf op reststukken behang in plaats van op de Kruidvat-folder. Ramen werden bij gebrek aan mintgroene bloemenslips uit de Zeeman-krant afgeplakt met De Telegraaf van mijn moeder. De badkamer kreeg nieuwe kit en voegsel met dank aan duct-tape en opengeknipte nieuwe vuilniszakken. Er was simpelweg geen enkel Xenos-blaadje of Hema-boekje voorhanden. Maar alles went, en de sticker zit nog op de voordeur.

Om er zeker van te zijn dat ik werkelijk niets mis van alle pret, neem ik af en toe uit de supermarkt het plaatselijke koeriertje mee. In het rekje naast kassa 1 lonkt het gemeentelogo vrolijk naar me, alsof het me probeert te verleiden. Mijn dorps-chauvinisme laat me dan zwichten en ik buig. Eenmaal thuis, met een kopje thee naast me, ploeter ik eerst moedig door alle zwart-witfoto’s van de zoveelste diamanten bruiloft. Een taartetende burgervader lacht als een boer met kiespijn tussen de letterlijk grijze besjes. Daarna komen de interviews met jeugdige prijswinnaars van de kleurwedstrijd van zonweringleverancier, vogelvereniging of supermarkt. Op de volgende pagina een eufemistische recensie van de toneeluitvoering van de damesclub. Aansluitend dieptegesprekken met de gemeenteraad over het nieuwe zebrapad. Na de oproepjes ter overname van een seniorenbed of ‘zo goed als nieuwe’ rollator weet ik het wel weer. Hier mis ik niets aan: de sticker blijft zitten.

Toch weten ze me te vinden, dwars door mijn brievenbus. Lokale winkeliersverenigingen met hun braderie, de wijkagent die inbraakpreventietips voor me heeft, vlijtige buurtvrouwen die afvalpillen willen slijten… Twee woorden achter elkaar lezen is voor sommigen nog iets te moeilijk.

En dat is slechts het topje van de ongewenste-reclame-ijsberg. Ik word bedolven onder spam in mijn e-mailbox. Opdringerige sms’jes bliepen op mijn telefoon. Als ik mijn e-mail lees, kruipen banners als een olievlek over brieven. Invasies geadresseerde maar niet te stoppen Postcode Loterij-brieven. Garages die mij vertellen dat mijn auto gekeurd moet worden. Gelukkig hebben zij een megagoeie deal voor me in hun showroom. Zelfs als ik werk floepen er ineens precies dezelfde producten op mijn scherm als die ik de dag ervoor als potentiële aankoop bekeek. ‘Ben je mij nog niet vergeten?’ lijken ze te roepen. ‘Joehoe! Koop mij!’

Het meest idiote staaltje van opdringeritis trof ik deze week onder de ruitenwisser van mijn auto. Door de aanhoudende regen plakte het fotopapier waarop de tekst gedrukt was tegen de voorruit. Met veel moeite en gepruts pulkte ik het foldertje er met mijn nagels af. Het resultaat was een grote, witte vlek op mijn prachtige autoraam. Lijmresten van het glossy drukseltje bevlekten oneerbiedig mijn allerliefste blikje. Mijn ogen schoten vuur toen ik het doorweekte en gescheurde vodje las. Het was een werving van een autowasserette.

vrijdag 29 juni 2012

verrassing!


Om al mijn lezers te bedanken voor jullie reacties en bezoekjes, leek het me deze week leuk om een fotootje van mezelf, de grote onbekende, te bloggen. Tadaaa!
Volgende week staat er weer een column hoor!

zaterdag 16 juni 2012

game over

Je ligt boven in bed te slapen. Zonder je te zien weet ik dat je op je linkerzij ligt. Je lange haar uitgewaaierd over het kussen. Met opgetrokken knieën, je gezicht compleet ontspannen. Straks ga je zeilen met collega’s. Vanavond als je weer thuis komt, na een dag vol plezier, zul je mijn berichtjes vinden.

Zodra jij de deur uit bent, vrolijk en gelukkig, maak ik je wereld stuk. Ik log in op de websites waar ik al een tijdje lid van ben en waar mijn contactadvertenties staan. Ik hou niet meer van jou. Al een hele poos niet meer. Mijn vrienden vinden jou niks, mijn ouders vinden jou moeilijk en dat alles maakt het te complex voor mij. Ik heb geen zin meer om te praten. Ik wil geen oplossing meer. Tijdens een feestje zonder jou besefte ik dat ik er nu wel klaar mee ben. Zeker na een gesprek met een vriend, die mij een break up aanraadde. Dat gezanik allemaal. Ik weet dat ik je maanden voor de gek hield; ondertekende mijn mailtjes nog steeds met "jouw mannetje". Ik rekte tijd, vond het wel handig. Maar nu gaat het niet meer. Je blijheid als ik thuiskom van mijn werk verdraag ik steeds slechter. De laatste keren dat we vreeën waren voor mij zonder betekenis.

Achter mijn scherm reageer ik op berichtjes en klik nieuwe dames aan, compleet anders dan jij. Ik vertel wat oppervlakkigheden, maak een grapje en vraag of ze willen afspreken. Douwe noem ik mezelf daar. In mijn profiel schreef ik dat ik single ben. Bij "mijn mooiste vakantie" staat dat die nog moet komen. Dat voelt zo, maar nog bedankt voor de trip vorige maand. Het was jouw droomreis, maar ik wilde gewoon heel graag duiken. Dat ik voor die vakantie maar een week verlof kon krijgen was ook een leugen. Ik had gewoon geen zin om meer dagen op te nemen.

Freewheelen wil ik. Lekker stappen en zo dronken worden dat ik op de foto ga met bierglazen op mijn ogen als brilletje. Geinen, geiten, vrolijk zijn. Ik trek jou niet meer, met al je geneuzel. Ik heb van je gehouden hoor, echt. Tot ik tijdens een doodsaai Oud en Nieuwfeestje met jou besefte dat ik liever de stad in was gegaan. Geen gebazel maar partytime.

De tijd is voorbij dat ik mijn telefoon ‘s nachts uitzet of hem zogenaamd per ongeluk in de auto laat liggen. Ik hoef geen verhalen meer te verzinnen als je een dubieus sms-je leest of op Hyves toegevoegde meisjes ziet waarover ik tegen je lieg dat ik ze niet mag. Mijn ex had ook zo’n morbide soort controledrang. Reed soms naar mijn sporthal om te kijken of mijn auto daar wel stond. Ik weet dat jij dat vorige week ook hebt gedaan. Gelukkig was ik er die keer.

Mijn computer sluit ik vandaag met opzet niet af. Je checkt mijn telefoon als ik douche en soms neus je in mijn zakken. Ik weet ook dat je het kassabonnetje waarop de wijn, Franse kaas en croissantjes staan uit de prullenbak hebt gehaald. Jij was dat weekend weg en toen ik er die maandag aan dacht, was het al verdwenen. Daarom weet ik zeker dat je zult snuffelen in mijn computer als je terug komt van je personeelsuitje. Mijn liefde voor jou is uitgeblust; al een hele tijd. Ik ben klaar met jou. Lees straks mijn contactadvertenties maar. Dat is voor mij makkelijker dan jou vertellen dat er geen ons meer is.

maandag 11 juni 2012

oranjezooi


Met de oranje vaantjes weer wapperend aan de daken, maakt Nederland zich op voor het EK voetbal. Hartstikke leuk, al die vaderlandsliefde. Fans van concurrerende clubs sluiten zich aan bij het miljoenenlegioen van niet-sporters en gezelschapsdiertjes: voetbal verbroedert. Op z’n Hollands juichen we ons gezellig hees in oranje shirts met gekke pruiken op ons hoofd. Biertje erbij?

Waar ik echter een hevige aanval van oranjekoorts van krijg, is hoe de commercie inspeelt op ons overactieve patriottisme: alsof wij een stel zwakbegaafde boerenkinkels zijn. Eerst worden we via tv-commercials de supermarkt ingejaagd voor juichbandjes, welpies, beesies, oranjeleeuwtjes, vuvuzela’s, buddies en andere troep. Daarbuiten opereert de broederschap van meeliftende commercie met Gijpvogels, opblaasstoelen en EKbouters. Of plakt u in uw auto gevuld met stoffige Wuppies ineens fanatiek geluksvogels op uw hoofd?

Het meest stupide vind ik de egotripperij van meutes wannabee-artiesten die denken dat de wereld zit te wachten op hun hoempapa-gelal. Snelsnel wordt er een single in elkaar gejast die duidelijk geen enkele vorm van relativering of zelfkritiek kent. Met stupide teksten als: “de finale komt steeds dichterbij / dat geldt voor jou maar ook voor mij” denkt men een wereldhit van formaat de ether in te slingeren. Overal zien we videoclips van broederlijke fans, de armen over elkaar geslagen, die ons vergasten op poëtische teksten als “we gaan als een raket / heel Holland is aan zet.” En welke dyslecticus schreef “oranje, de kleur voor het leven / waar we alles voor geven?” Spastische darmen krijg ik van EK the voices. Met gemaakte, plastic smoelen zingen zij de kaskraker: “Holland hier en Holland daar / we zingen van oranje tralala”. Ik kon nog net mijn oranje tompoes binnen houden toen ik het hoorde.

De commercie lijkt ons te willen laten geloven dat voetballiefhebbers een stel neanderthalers zijn. Men probeert ons te verleiden met ingenieuze campagnes waarbij duurbetaalde reclamebureaus de gewone man ‘metamorfoost’ in Tokkie, geestelijk gehandicapte of gewoon een onbehouwen brulaap.

Het is een gebed zonder einde waarbij de producenten serieus schijnen te denken dat die gehaktballen van burgers zitten te wachten op de EK-notenmix, oranje vliegenkapjes, plastic hamers en het sjampionslied van zanger Rinus.

Het meest droeve in dit verhaal vind ik nog dat het al jaren lukt. Oranjefan pur sang André Hazes wist destijds al waarom ze ermee wegkomen; hij voorspelde het immers al jaren geleden. Wij houden van oranje.

dinsdag 5 juni 2012

karmanie gaat sporten


Vijf minuten voor aanvang strompel ik de sportzaal in, waar al een handvol discipelen wacht. In strakke rode leggings, roze tunieken en met badstof zweetbanden om het voorhoofd knikken ze naar me. Het is nog vroeg in de morgen; meer dan een “brmfpfff” krijg ik er niet uitgeperst. Samen met nog een paar aspirant sporters huppelt de docente vrolijk binnen; een kek koptelefoontje boven haar paardenstaart. “Goedesmorgens!” buldert het via haar speaker door de boxen en de eerste leggings klappen al dubbel van het lachen. Ik ril.

Tegen de muur staan grote, blauwe skippyballen gestapeld. Vrolijk huppelt de tuniekenbrigade met de ballen door de zaal om ze in strakke formatie op te stellen. Ordnung müss sein. In een lege mayonaise-emmer staan drumstokjes, sommige al wat dun door het enthousiasme van de vorige weken. Ik buk over de emmer en kan alleen maar aan frietjes met extra saus denken.

Nieuwsgierig word ik aangekeken. “Het wordt echt leuk hoor!” lacht mijn buurvrouw haar donkergele tanden bloot. Ze tikt met een stokje bemoedigend op mijn schouder. Dan gaat de muziek aan: bombastisch en opzwepend. De eerste billen zwiepen al van links naar rechts. “Yeah ladiessss, ssssshake that asssss!” sist het door de geluidsinstallatie. Weer gegrinnik.

Een uur lang slaan we met de drumstokjes op de skippyballen en doen tussendoor een dansje. Het lijkt meer op het spelletje “van-voor-naar-achter-van-links-naar-rechts” dan op gymnastiek. Op mij na swingt iedereen als een dolle hond op partystampers van Snap, afgewisseld met de Cucaracha. Net op tijd ontwijk ik een azuurblauwe legging. Klikklak, klakklik, klakkerdeklak tikken de houtjes mee tot we opgewarmd genoeg zijn voor de oele-boele-dans.

Ik worstel en kom boven wanneer we bukken. Trotse gezichten als alle linkerbenen tegelijk een stap links van de bal zetten. Met de maat mee draaien we in cirkels om de bal. Snapt iedereen het? Mooi. Langzaam begrijp ik waarom deze les zo populair is. Wanneer iedereen de bewegingen precies imiteert en de tikken gelijktijdig op de bal ketsen, lijkt het qua synchronie een beetje op een Duits kinderkamp.

Na een uurtje loop ik met de groep de zaal uit, teleurgesteld over mijn onkunde om er de lol niet van in te zien en zonder het kleinste natte plekje onder mijn oksels. Om me heen verdringen de dames zich richting bar voor koffie. Overal glimmende gezichten, rode koontjes en rechte schouders. “Was lekker hé!” stoot roze zweetband me aan. “Komende les leren we nieuwe pasjes”. Ik knik hypocriet.

Volgende week voor mij geen kabouter Plop-dans. Zelfs geen sportschool. En de weken erna laat ik me ook niet meer zien.

maandag 28 mei 2012

zomer



Het mooie weer van de afgelopen dagen vouwt de wereld letterlijk en figuurlijk open. Zonneschermen rollen zich uit; opengeslagen tuindeuren wisselen de muffe binnenlucht voor de zoete geur van pas gemaaid gras. Ook de droger staat stil: schone was klappert in de wind.

Het is verbazingwekkend wat je allemaal leert van deze ommekeer. De achterbuurvrouw zit opeens alleen op haar rotan hoekbank. De kinderhemdjes vol pastelstreepjes bij de buren zijn ingewisseld: achter de badlakens dansen een drietal tienerbehaatjes. Gestippeld roze, met een enkel cartoonfiguurtje. De werkloze overbuurman rookt een sigaretje, pluimpjes kringelen omhoog. Zijn T-shirt ligt over de plastic kuipstoel naast hem. In een doffe plantenbak wiegen de eenjarigen van de spaaractie van de supermarkt om de hoek.
Genietend loop ik met een bordje boterhammen naar buiten. Mijn voeten, met azuurblauw gelakte teennagels, zijn gestoken in teenslippers. Zachtjes, om de kwetterende mussen niet te verjagen, ga ik zitten. “Ja maar, wat vind jij dan?” hoor ik een tienerstemmetje. Door een streepje van de schutting zie ik het buurmeisje voorover gebogen in het gras plukken. “Ja, ik ben waus! En die vakantie dan? … Nee, die betaalt zijn vader”. Gedachteloos gooit ze wat sprietjes de lucht in. “Gek, dat weten ze niet! Gewoon, bij de dokter.” Ik til mijn bordje van tafel en zet het opzettelijk hard weer terug. Het blonde paardenstaartje draait omhoog. Ze is zelfs snel ouder geworden in die paar maanden: binnenkort worden de Snoopyhipsters vervangen door zwart kant.

Vind jij dat ik het uit moet maken?” klinkt het nu wat zachter. Mijn boterhammen zijn bijna op, ik kauw lekker langzaam op de laatste. Een mus hupt over de tegels richting de kruimels. Mijn gedachten dwalen af naar de ultradunne pootjes die het ronde lijfje dragen. Zit er bloed in die stokjes? Dan besef ik me ineens dat mijn omgeving mij natuurlijk ook observeert. Dat blonde mens van het blauwe zonnescherm. Wat zou er over mij te ontdekken zijn? Wat is er in mijn winterstop veranderd? Drie kilo kwijt, coupe soleil in mijn haar, hier en daar een rimpeltje erbij, zelfde tuinstel en twee doodgevroren palmpjes, treurig tussen de andere planten. Het luie mens met de bruine tuin.
De mus pikt driftig tussen de tegels maar fladdert verschrikt weg als achter de schutting twee kleine jongens langs crossen op hun Loekie-fietsjes. Ik sta loom op, wrik de ongehoorzame hordeur open. Het buurmeisje schreeuwt naar binnen. “Mam, mag ik dit weekend de Tina kopen?

zondag 20 mei 2012

hellehond


Op haar pumps met tijgerprint waggelt ze de kamer in. In haar handen een met poëzieplaatjes beplakt dienblad.
"Héhé,” ploft ze op de bank. De paarse legging trekt in haar kruis.
Helen is de nieuwe vriendin van Niko. Vroeger was ik misselijkmakend verliefd op Niko. Stoere, semi-intellectuele Niko. Het is nooit iets geworden, maar Niko bleef altijd ergens opduiken. Nu is Helen er. “Je zult haar enig vinden,” zei hij in de supermarkt. “Kom snel eens op de koffie.”

Helens gezicht glimt van de plamuur en haar wenkbrauwen zijn clownesk zwart. Niko’s studentikoze huis is verworden tot een bloemenpaleis. Plastic koekjes glimmen in Xenos-schaaltjes, zijden klaprozen hangen meewarig in een lampetstel vol opgeschilderde roosjes. Consequent als ze is, heeft ze een tijgerhaarbandje in haar spierwitte, korte haar. Ze zucht verliefd opzij.
Net als ik het wikkeltje van mijn Ferrero Rocher-bonbon afpel, gebeurt het. Het geluid trekt door merg en been en bezorgt me rillingen.
“Chanel hier?” kirt Helen en zigzagt haar achterste naar het puntje van de bank tot haar hakjes de grond raken. Het krabben zwelt aan en er komt een piep bij. Als de deur geopend wordt, stuift er een keffend wit bolletje langs. “Grote meid!” Helen tilt het hondje op en laat haar mond aflikken. “Kuskus voor mama,” fleemt ze met getuite lippen. Ze drukt Chanel op borsthoogte tegen haar goudkleurige truitje. Het tongetje slingert nerveus een nevel van spetters rond.

“Chanelletje mag geen chocosnoepje hè? Ons baby’tje krijgt een hondiewondie-kluifje.” Niko kijkt gelukzalig naar het tafereeltje, met opgekrulde mondhoeken, trots als ware het zijn gezin. De hond springt op de bank. “Eerst pootje voor mama,” zegt Helen. Haar kin is nat en er zit een veeg felroze lipstick op haar wang. “Jij bent zo’n lekkere drol, hè Chanelletje?”. Ze kroelt door het vachtje. Kwijl drupt op het leer.

“Wij hebben onze vakantie al geboekt: twee weken Benidorm. En jij?” Ik ken Niko niet anders dan vol reisverhalen over Cuba, Paaseiland, Congo en Mongolië. Nu is het Benidorm en draagt hij sloffen: bruine pluchen berenpoten. Even flitst er een quote van Socrates door mijn hoofd: “ken uzelf”. Het motto van Niko op school en zijn excuus voor ellenlange filosofische discussies, doorspekt met woorden die ik toen nog niet begreep.

“Ben je gelukkig Niko?” vraag ik als het tijgervrouwtje naar de keuken trippelt. Hij glimlacht engelachtig en sluit een seconde zijn ogen. Met zijn handen rolt hij het hondje omver en masseert het harige buikje. Door de boxen zet Koos Alberts een nieuw deuntje in.

Dan klettert er een gele straal omhoog. Het drupt met een boogje over de bank en kleurt het zalmkleurige karpet grijs. “Hel? Neem even een doekje mee!” roept Niko. “Ons meisje heeft een plasplas gedaan.”

maandag 14 mei 2012

schaamhaar


Op donderdag beslist mijn allerliefste dat hij toe is aan een visweekend. Dat is een mannending vindt hij, en daarom mag ik niet mee. Nu is met negen graden Celsius in een tentje tussen modderige graspollen wachten op het alarm van de visverklikker ook een mannending, dus daar ben ik niet zo rouwig om.

Met een paar dagen bankhangen en zalig prutsen in het vooruitzicht spoed ik mij naar mijn vriendin twee huizen verderop om haar te vragen of ze dit weekend tijd heeft voor een thee-date zonder mannen met veel chocola. Dat heeft ze zeker. Druk giechelend over welke malle meisjesdingen we kunnen doen, zet ze alvast een kopje thee voor mijn neus. Boven ligt haar man te slapen na een nachtdienst. Zoonlief glipt met een demonische grijns de kamer uit; blij dat zijn huiswerkrepetitie onverwacht eindigt. We hebben alle tijd voor een nieuwe mok en nog meer verhalen. Druk grinnikend verstrijkt er bijna een uur; ik veer op als ik tijdens een weids armgebaar de tijd op mijn horloge zie.

Met de sleutelbos al rammelend in mijn handen komt er nog een allerlaatste nieuwtje: komende zaterdag heeft ze een uitje naar Oirschot: Open Dag van de Landmacht. Er schiet mij ook nog iets te binnen en hopla, we zijn weer een half uur verder. En wanneer spreken we nou af komende week? Zachtjes gaat de tussendeur open. Met alleen een strak boxertje om het verder poedelnaakte lijf verschijnt buurman in de kamer. Hij wrijft in zijn ogen, krabbelt over zijn blote buik en mompelt iets onverstaanbaars. Zijn haar piekt woest alle kanten op. Dan ziet hij mij. “Had je dat niet even kunnen zeggen!,” murmelt hij naar mijn vriendin en hupt supersnel weer terug richting trap. Weg is hij; beschaamd en helemaal wakker.

Thuis tref ik een grote chaos. In de woonkamer liggen op de vloer vijf hengelmolens, vishaakjes, blikjes maïs en boilies en de eettafel is volgestouwd met zaklantarens, een slaapzak, onderzeil, toilettas, batterijen, een vouwkrukje en nog meer kampeergerei. “Ik zie dat je mijn maïs en ontbijtkoek uit de kast hebt gepikt?,” grap ik vrolijk maar daar heeft mijn visser geen tijd voor. Hij is druk bezig om snoer op de molentjes te draaien.

Tijdens het strijken controleer ik mijn smsjes en ik zie een berichtje van buuffie. Met in mijn hand vier sokken lees ik: ‘Was supergezellie maar B. baalt enorm dat je hem zo zag’. Ik glimlach om alle drukte. Hoe erg kan het zijn: plofhaar, twee harige benen en een onderbroek?

De wekker gaat veel te vroeg op zaterdagmorgen. Ik draai me nog even lekker om en merk niet wat er om me heen gebeurt tot mijn man ineens over mij heen hangt. Hij wil nog even gedag zeggen voor hij voor dag en dauw wegrijdt naar zijn visstek. Zal ik hem missen deze dagen? Ik knor en piep en voel een natte zoen op mijn wang. De kamerdeur gaat zachtjes dicht.

Pas als de voordeur in het slot valt schrik ik op. Mijn lief! Mijn lief gaat weg! Ik storm naar het raam waar de opkomende zon de dag aankondigt. Slaapdronken trek ik de Luxaflex open, want ja, ik ga hem missen! Voorover geleund druk ik mijn gezicht tegen het raam.

TOETTOET, klinkt het vrolijk. Terwijl mijn schat op zijn gemak de auto start, rijdt voor het raam de complete buurfamilie langs. Keurig gekapt en gekleed zwaaien ze als gekken schuddebuikend naar mij in mijn verwassen, roze Hello Kitty-pyjama, met dikke slaapwallen onder mijn knijpogen en een ontplofte vacht op mijn hoofd. Mijn man volgt met een kushandje.