Ik heb er dus een. Zo'n man die geen prater is. Een volwassen
vent die dichtslaat bij de vraag "waar denk je aan?" Die horendol
wordt van gebabbel op verjaardagsfeestjes. Zo iemand die alleen naar het
ziekenhuis gaat als hij geopereerd moet worden, omdat -ie geen zin heeft in
"hysterie". Een èchte man, maar wel met het syndroom van 'come-to-the-point-or-just-keep-your-mouth-shut'.
Uitsterven zullen ze nooit, mannen zonder kletsknop; ze bevinden zich zelfs tussen getrouwde kerels met superleuke vrouwen. Niet dat ik denk dat ik dat ben, superleuk, maar ik kan er best mee door. Op goede dagen dan.
Voor mijn man zwijg ik dus vaker dan me lief is. Na een
dagje winkelen met vriendinnen krijg ik vijf minuten spreektijd. Het
boodschappenlijstje interesseert hem niet. Een samenvatting van een vergadering
of pantystrooptocht moet in twee
minuten. Uitsterven zullen ze nooit, mannen zonder kletsknop; ze bevinden zich zelfs tussen getrouwde kerels met superleuke vrouwen. Niet dat ik denk dat ik dat ben, superleuk, maar ik kan er best mee door. Op goede dagen dan.
Soms vraag ik me wel eens af of ik hem nog boei. Of hij mijn verhalen wel interessant vindt. Het resultaat hiervan is, dat ik al jarenlang verschrikkelijk mijn best doe om er weergaloos en oogverblindend mooi uit te zien. De betere kant van mezelf, zeg maar. Okselfris, tot in de puntjes gekapt en iedere dag weer verrassend anders; sexy en klassiek tegelijkertijd. Precies zoals hij het wil. Op dagen dat ik denk dat hij afkeurend naar mijn billen kijkt, leg ik de chocola weer terug in de kast en knabbel aan een wortel. Soms denk ik wel eens dat zijn ongeduld een geheime truc is om mij nog beter mijn best te laten doen.
Zwijgend lees ik de zaterdagkrant. Mijn adem stokt en mijn ogen
tranen als ik de kleine advertentie zie. Het staat er echt: Lieve man zoekt dikke vrouw om eindeloos in
elkaars armen te kletsen. Bijna hyperventileer ik. Dit moet hem zijn, mijn
droomman. Iemand die me naar zich toe trekt en elke centimeter van mijn huid
overlaadt met kusjes, bij elk kusje een complimentje fluisterend. Een man die
naast me blijft zitten en "geweldig!" roept als ik honderduit klets
over het nieuwe boek van Heleen, mezelf volproppend met winegums en moorkoppen.
Ik knip het oproepje uit en leg het strookje naast me. Een
paar dagen lang kijk ik er verlekkerd naar. Zal ik het doen? Bij ieder zuchtje
wind in de kamer, wipt het papiertje iets omhoog, alsof de lieve zoekende man me eraan herinnert hem snel te schrijven.
"Ik wacht op je, Karmanie.""Wat is dat voor een pakje boter?" buldert mijn lief als hij het knipsel van tafel trekt. Het krantenpapier scheurt tussen de kracht van zijn vingers. "Is dit een feeder ofzo? Iemand die vrouwen volstopt zodat ze hem niet verlaten? Kletsen? In elkaars armen nog wel?" Ik heb hem nog nooit zo'n lange monoloog horen uitspreken.
Hij zwaait zijn vinger dreigend naar mij. Hij is nog niet klaar. "Alsof ik een beetje suf op de bank ga liggen ouwehoeren met jou. Kom, we gaan spare ribs eten, zonder bestek en met veel knoflook. Ik trakteer."
Ik weet niet hoe snel ik mijn jas moet aantrekken.
LOL! Kannie waar zijn, die advertentie!
BeantwoordenVerwijderenHaha funny!
BeantwoordenVerwijderenHaha funny!
BeantwoordenVerwijderen